Eén miljoen schrijvers

Ongeveer een miljoen Nederlanders heeft schrijfambities. Als we de mensen die het Nederlands nog niet of niet meer voldoende beheersen (kinderen, bejaarden, nieuwkomers) even wegdenken, komen uit we uit op zo'n tien procent van alle mensen.

De meeste mensen schrijven gedichten. Bijna alle pubers bezondigen zich eraan. Alleen wie na zijn 24ste nog gedichten schrijft maakt kans een echte dichter te zijn, zoals Jacques Bloem schreef. Met een beetje geluk is dat dan de persoonlijke gevoelsuitstorting voorbij. Een hele grote groep zou graag een roman schrijven. Dat is niet gemakkelijk. Vooral niet als je dat in je eentje wil. Nagenoeg alle Nederlandse schrijvers worden begeleid door een redacteur en een groep freelance correctoren en eindredacteuren. Het is slimmer eerst te beginnen met verhalen te schrijven. Dat oefent je in het opzetten van spanningsbogen, het schrijven van dialogen en het scheppen van personages. De enige manier om goed te leren schrijven is veel lezen en daarna veel schrijven. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen.

Er zijn bijna geen schrijvers in Nederland die uit het niets een entree maken. Zelfs Connie Palmen en Arnon Grunberg hebben eerst in de marge gescharreld. Of laten we zeggen: buiten de spotlichten zich warmgedraaid.

Heb je in de redactie van de schoolkrant gezeten? Heb je daarin onder andere naam ingezonden brieven over je eigen verhalen geplaatst? Heb je je verhalen en gedichten aan elk literair tijdschrift, op papier of virtueel, gezonden? Heb je je niet laten ontmoedigen door de afwijzingbrieven? Dan maak je goede kans uit het schrijvershout gesneden te zijn. Je moet je zelfkritiek weten te overwinnen en de kritiek van de anderen op waarde weten te schatten.

Inmiddels is er naast de prozaïst en de dichter een nieuw soort schrijver ontstaan: de columnist. Geen krant of tijdschrift kan nog zonder, een columnist die (on)gezouten zijn mening geeft over de wereld, het leven of zijn vakgebied. Het lijkt gemakkelijk, stukjes van zo'n vijfhonderd woorden te schrijven, maar dat is het niet. In een goede column staat geen woord teveel en geen woord niet op zijn plaats. Dat valt te leren. Je moet natuurlijk wel de aanleg hebben, maar alle fouten vallen te vermijden met een goede voorbereiding.

Jack Nouws kan je die geven. Vanaf 1991 verschenen zijn columns in Sum, Metro, MacFan, Trajectum en op de website van A Campingflight to Lowlands Paradise. Op uitnodiging schreef hij columns voor o.a. HP/De Tijd, Nieuwe Revu, de Volkskrant, NetOpus, AD Magazine, Leerkracht, Hobbyscoop, Utrechts Nieuwsblad, Mojo Music Magazine en Oor.


Workshop column schrijven

Duur: twee tot drie uur.

Jack Nouws geeft eerst een korte inleiding over wat een column is, aan welke eisen die moet voldoen en waarover die kan gaan. Daarna gaat iedereen een column schrijven, waarbij hij advies geeft. Na afloop zoekt hij de beste columns uit die door de schrijvers ervan worden voorgelezen.

Voor groepen van minimaal zes en maximaal twaalf deelnemers.

Honorarium in overleg, ex. reiskosten (auto, 19 ct/km, NS 1ste klas).



Workshops

Niet alleen Emile Ratelband wist de studenten op te zwepen, Hugo Metsers slaagde daar ook op een bijzondere manier in. De studenten Film en Video hebben veel geleerd van zijn workshops spelregie, waarin hij ze toonde hoe ze een goede timing in het filmen en in hun spel in konden brengen.

Ook schrijver Jack Nouws gaf een boeiende workshop. Hij liet zijn toehoorders een column schrijven en was zeer te spreken over het niveau van de teksten.

bron: website Grafisch Lyceum Rotterdam



boekingen

Stichting Schrijver School Samenleving
Huddestraat 7
1018 HB AMSTERDAM
020 - 6234923
(Onder bepaalde voorwaarden worden optredens via SSS gesubsidiëerd.)


informatie

cfp.maisquenada, t.a.v. Jack Nouws
Postbus 235
3500 AE UTRECHT
optredens@jacknouws.nl

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
Singel 262
1016 AC AMSTERDAM
020 - 5511262, vragen naar de afdeling publiciteit